Wateroverlast, extreme piekbuien, hittestress en twee meter zeespiegelstijging. Nederland moet zich wapenen tegen een nieuwe realiteit. “We zullen ons echt moeten aanpassen om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken”, stelt Deltacommissaris Co Verdaas.
Wateroverlast, extreme piekbuien, hittestress en twee meter zeespiegelstijging. Nederland moet zich wapenen tegen een nieuwe realiteit. “We zullen ons echt moeten aanpassen om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken”, stelt Deltacommissaris Co Verdaas.
Klimaatadaptatie moet als nieuwe standaard gelden bij de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het Deltaprogramma – dat het kabinet in september op Prinsjesdag aan de Tweede Kamer aanbiedt – zal de noodzaak hiervan onderstrepen. “Met dit nieuwe Deltaprogramma verbreden we het beleid”, zegt Verdaas. “Het programma dient als kapstok om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. We creëren een nieuw ijkpunt. Ons land heeft volop expertise in het managen van het watersysteem. Er staan duizenden gemalen die ons land dag en nacht droog houden. Internationaal worden we geroemd. Maar de grenzen van wat we binnen het watersysteem zelf kunnen oplossen, zijn bereikt.”
De boodschap van Verdaas is glashelder: “Het klimaat is ingrijpend aan het veranderen met extreme droogte, hitte en soms ook overvloedige neerslag. Daar hebben we de afgelopen jaren al een voorproefje van gehad. We zullen ons echt moeten aanpassen. We moeten nadenken over hoe we de tropische temperaturen en zware wateroverlast kunnen doorstaan. Welke ruimtelijke inrichting is er nodig om de meeste ellende te voorkomen? Wat accepteren we nog en welke investeringen hebben we ervoor over om de risico’s voor te blijven? Het komende Deltaprogramma biedt een nieuw vertrekpunt voor hoe we dat de komende jaren gaan aanpakken.”
Zeespiegelstijging
Verdaas is vaak in het land te vinden om bij overheden, bedrijven en inwoners zijn licht op te steken. Zo verzamelt hij de inzichten om in het Deltaprogramma aan te reiken. “Overal groeit het besef dat we ons land robuust moeten maken voor toekomstige generaties. Er komen volop innovatieve ideeën op, ook vanuit de waterbouwsector.” De Deltacommissaris heeft veel waardering voor de betrokkenheid van de sector bij verschillende initiatieven. Een voorbeeld is Delta21. “Dat is een inspirerend plan. Op enig moment zullen we kleur moeten bekennen hoe we met de zeespiegelstijging omgaan. De zeespiegel gaat twee meter stijgen. Dat weten we zeker. De vraag is alleen nog wanneer. De komende jaren moeten we richtinggevende keuzes maken hoe we onze kust op de lange termijn veiliger gaan maken. Zo geven we de waterbouw een nieuw perspectief. Het is van maatschappelijk belang dat we een vitale en hoogwaardige waterbouwsector houden.”
Water en Bodem Sturend
In politiek Den Haag spitst de discussie zich intussen toe op het principe Water en Bodem Sturend. De inzet is het principe steviger en explicieter te verankeren in de Nota Ruimte. “Het doet me deugd dat dit thema zoveel aandacht krijgt. Dat kan onze klimaatadaptatie-missie verder brengen. Het gaat me niet om de precieze bewoordingen – de ene politicus zet het scherper neer dan de ander – maar hoe we met elkaar tot een aanpak komen. Als Deltacommissaris lever ik daar de inzichten en de kennis voor aan, ook in de kosten en baten van maatregelen. De uiteindelijke keuzes liggen bij de politiek.”
Verdaas: “Maar hoe je het ook verwoordt, het is evident dat je bij de inrichting en het gebruik van het land rekening moet houden met de bodemopbouw en de uitdagingen van een dynamische delta. Het water- en bodemsysteem is de onderlegger om de ruimtelijke puzzel te leggen en schade voor toekomstige generaties te voorkomen.”
Op de radar
Verdaas constateert dat klimaatadaptatie in het hele land op de radar staat. Zelf is hij gecharmeerd van het voorbeeld van Dordrecht. Gelegen in het overgangsgebied tussen rivieren en de zee is de Zuid-Hollandse gemeente kwetsbaar voor hoogwater. Daar komt bij dat een deel van de stad buitendijks ligt. Voor groep 8-leerlingen richtte de gemeente een educatief programma in, dat op een speelse en ontdekkende manier de gevolgen van klimaatverandering over het voetlicht brengt. “We moeten geen angst zaaien, maar zoveel mogelijk mensen ervan bewust maken wat ze in een noodsituatie moeten doen.”
Dordrecht doet nog iets unieks, geeft Verdaas mee. Op twee nieuwe hoger gelegen woningbouwlocaties in de stad, richt de gemeente ‘shelters’ in om bij grote overstromingen te schuilen. “Het is verstandig dat er vluchtlocaties zijn waar bewoners bij extreme wateroverlast veilig zijn, mocht hun eigen buurt onderlopen.”
Extra investering
Als mogelijk obstakel noemt Verdaas een hardnekkig punt: geld. “Klimaatadaptatie betekent dat er vooraf een extra investering nodig is. Vergeet echter niet dat de schade door de klimaatverandering vele malen duurder kan uitpakken.” Ter illustratie noemt hij de herinrichting van het stationsplein in Zwolle. Daar is met de Superkolk een ingenieus opvangsysteem inclusief een omvangrijke waterberging onder het plein geplaatst. Het toeval wilde dat er binnen een jaar na de realisatie een extreme regenbui viel. Het systeem kon overstroomde straten en huizen voorkomen. “Zo werd meteen de bewijslast voor zo’n extra investering geleverd. Aan de voorkant kostte het systeem enkele tonnen, maar het heeft een veelvoud aan schade weten te voorkomen. De gemeenteraad stemde destijds in met deze voorziening, omdat ze inziet dat de stad kwetsbaar is en zich moet voorbereiden op klimaatverandering.”