Login
Logo Waterbouwers

Geschiedenis

Geschiedenis_Waterbouw_Vereniging_van_Waterbouwers
Geschiedenis_Waterbouw_Vereniging_van_Waterbouwers

Waterbouwers bewegen al eeuwenlang mee met het water

De Nederlandse waterbouw is kort samen te vatten als Hollands Glorie. Goed bekeken is de sector uit pure noodzaak geboren om te kunnen overleven. Nederland ligt voor een groot deel onder zeeniveau. Al eeuwenlang strijden wij, Nederlanders tegen het water en de waterbouwsector speelt een essentiële rol in de bescherming en ontwikkeling van ons land.
Al honderden jaren geleden wierpen de eerste boeren terpen op, om op te wonen en om zich te beschermen tegen het stijgende water. Vervolgens groeven de Romeinen kanalen, maalden monniken het land droog, werden dijken opgeworpen, richtte de Hollandse Graaf Willem II het eerste waterschap op in 1255 en waren handelslieden betrokken bij het droogmalen van polders. Zo doorstonden we overstromingen en stormvloeden. Op allerlei manieren bedachten de inwoners van dit lage land manieren om met het overtollige water om te gaan.

Baggeren, het verplaatsen van grond onder water, was en is nog steeds een specifiek en belangrijk onderdeel van de waterbouw. Het is essentieel voor activiteiten als het maken en onderhouden van havens, kanalen en waterwegen. Ook wordt de gebaggerde specie - zoals zand en klei - gebruikt voor verschillende (water)bouwprojecten. Bijvoorbeeld als grondstof om bouwstenen van te maken, als ondergrond voor wegen en woonwijken, voor de aanleg van nieuw land, het versterken van onze duinen en het maken van dijken.

Het begaanbaar zijn van rivieren zoals de IJssel zorgde in de veertiende en zestiende eeuw voor bloeiende Hanzesteden zoals Zwolle, Hattem en Kampen. En de eerste schriftelijke, vastgestelde werkzaamheden over het “schouwen” van werkzaamheden voor het afvoeren van water uit de polder (Alblasserwaard) naar een rivier (Lek) dateert uit 1384. Baggeren was ook al in die periode essentieel voor veilige polders en zijn bewoners.

De dorpen Sliedrecht en Werkendam vormden het hart van de waterbouw. Veel aannemersfamilies die daar gevestigd waren, werden later de grondleggers van de internationaal opererende waterbouwbedrijven.

Met steeds nieuwer en geavanceerder materieel en innovatieve werkmethodes dwingen de Nederlandse waterbouwers met de door hen gerealiseerde projecten wereldwijd veel respect af. Neem bijvoorbeeld de bedwinging van de Zuiderzee, de aanleg van de Afsluitdijk en de Deltawerken, Maasvlakte 2 of het programma ‘Ruimte voor de Rivier’. Oefening baart kunst. De vele toonaangevende Nederlandse projecten hebben ervoor gezorgd dat de waterbouwers in de loop der jaren zich steeds verder konden ontwikkelden en gevraagd werden om ook projecten in het buitenland uit te voeren. In het buitenland zijn projecten als de aanleg van de Palmeilanden in Dubai, het nieuwe vliegveld Chek Lap Kok in Hong Kong en de operaties in de Beaufort zee en in Canada slechts enkele spraakmakende projecten. Water laat zich niet leiden, dat weten de Nederlanders als geen ander. Maar ze weten er als geen ander er mee om te gaan.

Bekijk hier de projecten

Van handwerk tot moderne schepen

Tot ver in de negentiende eeuw voerden aannemers naast ‘natte’ werkzaamheden ook ‘droge' werkzaamheden uit. Het maakte in principe niet uit om wat voor soort werk het ging. Het kon variëren van het bouwen van een huis tot een weg, het versterken van een dijk of het graven van een kanaal. Het werk was arbeidsintensief. Er werd bijvoorbeeld gebruik gemaakt van de baggerbeugel. Vanaf de 18e eeuw werd het gebruikelijk voor aannemers om grotere projecten in samenwerking uit te voeren. Deze omwenteling zorgde voor een goede financiële en organisatorische basis, waardoor een deel van de aannemers groter en duurder materieel kon aankopen.

Opvallend is dat de belangrijke vindingen op baggergebied vaak afkomstig zijn uit het buitenland. De emmerbaggermolen kwam uit Engeland, de eerste stoomemmerbaggermolens ook. Frankrijk en Engeland leverden de eerste zuigers. Later kwamen daar de eerste cutters uit de VS bij, die de te baggeren grond met messen loswerkten. Het materieel werd uitgebreid. Naast zuigers en cutters werden de eerste bulldozers in gebruik genomen, waarmee baggeraars opgebaggerd zand konden verwerken. Niet altijd werkte een nieuw schip of een nieuwe techniek zoals verwacht. Soms waren er tegenvallers bij projecten of waren bodems heel anders dan gedacht. Dat vergde dan weer aanpassingen.

Naast de baggerwerkzaamheden met groot materieel, waren er waterbouwers in Nederland die zich bezig hielden met het ‘kleinschalig baggeren’. Zij deden de aanleg, het onderhoud en de sanering van zoet water infrastructuur in Nederland zoals sloten, weteringen, beken, rivieren en grachten. Eeuwenlang werd het onderhoud aan de wateren met de hand uitgevoerd. In de eerste helft van de 20e eeuw kwamen kleine baggermolentjes en zuigertjes in gebruik. Tot in de jaren zestig bleven de waterbouwers op moeilijk bereikbare plaatsen nog werken met handbeugelaars. Nadat men in de jaren zestig het belang van gezond milieu en een goede waterhuishouding ging onderkennen, ontstonden allerlei initiatieven en werden specifieke machines en werktuigen ontwikkeld. Daarmee konden ze de vervuilde bodems goed zuiveren en het werk rendabel uitvoeren. Tegenwoordig zijn kleinschalige baggeraars al in een vroeg stadium betrokken bij de gebiedsinrichting. Vele wateren worden namelijk ook ingezet voor recreatie doeleinden.

Lees verder over de inzet van hedendaags materieel

De Industriële Revolutie geeft een boost aan de waterbouw

Met komst van de Industriële Revolutie werd het baggeren vanaf het midden van de negentiende eeuw steeds meer een samenspel tussen mens en machine. Moddermolens, emmerbaggermolens, zandzuigers, zuigbuizen en snijkopzuigers deden hun intrede.

De regering van koning Willem I bevorderde bovendien sterk het aanleggen en moderniseren van de infrastructuur in ons land. Dat leverde veel projecten op voor de waterbouwers. Mede daardoor kon de bedrijvigheid in de zuidelijke provincies floreren. Door onder meer het oprichten van de Industriebank in 1822 en het verstrekken van exportpremies stimuleerde de koning de industrie en welvaart in ons land.

1868 is een belangrijk jaar voor de waterbouwsector. Natuurlijk waren er daarvoor al veel kanalen gegraven, dijken versterkt, polders gevormd, rivieren verdiept, bruggen gebouwd en zinkstukken afgezonken. Maar in 1868 begonnen Adriaan en Dirk Volker met de fundering van de pijlers voor de Moerdijkbrug, toen de langste brug van Europa. Onder leiding van Britten werd verder het Noordzeekanaal gegraven, met hulp van Brits baggermaterieel. En er werd gestart met de aanleg van De Nieuwe Waterweg. Vervolgens volgde de bouw van de Afsluitdijk.
Logistieke rol en beschermende maatregelen

Na de Watersnoodramp van 1953 werd het Deltaplan opgestart. De regering kwam met allerlei beschermende maatregelen, zoals de versterking van dijken en de afsluiting – soms met een open karakter zoals de Oosterscheldekering - van zeearmen door dammen en waterkeringen. De Maeslantkering in De Nieuwe Waterweg werd in 1997 opgeleverd. Mede door de ontwikkeling van de sleephopperzuigers na 1960 en de grote toename van het aantal buitenlandse werken in de daarop volgende decennia, ontwikkelde de waterbouwsector zich in rap tempo en kreeg het internationale allure. Maar laten we vooral de grondleggers niet vergeten. Zonder de baggermannen van Van Oord, Bos, Kalis en al die andere pioniers waren grote stukken Nederland niet veilig geweest of hadden zelfs niet bestaan.

Lees verder in het boek ‘Grondleggers, het verhaal van de Nederlandse Baggeraars’ (Auteur: Joke Korteweg)