Login
Logo Waterbouwers

No Guts, no Hollands glorie!

Moeten waterbouwers onderdeel zijn van een brede maritieme sectoragenda onder het nieuwe industriebeleid?

 

No Guts, no Hollands glorie
Tag(s): Extern, Tag(s):Markt, Tag(s):Vereniging

Marja van Bijsterveldt is sinds de zomer van 2025 kabinetsgezant Maritieme Maakindustrie. Daarnaast is zij vicevoorzitter van de raad van toezicht van het Scheepvaart en Transport College en heeft ze een sterke binding met de Rotterdamse haven. Ze gaat in gesprek met Jaap van Thiel de Vries, onze nieuwe voorzitter. In zijn functie als voorzitter en als directeur bij Boskalis International ziet hij hoe de maritieme industrie en waterbouwers onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en elkaar nodig hebben om in Nederland én internationaal het verschil te makenGaat een brede Maritieme Sectoragenda ons helpen om de (vaar)weg van beleid naar praktijk verder te plaveien? Het motto van de agenda is niet voor niets: No Guts, no Hollands glorie! 

No Guts, no Hollands glorie

Marja van Bijsterveldt is sinds de zomer van 2025 kabinetsgezant Maritieme Maakindustrie. Daarnaast is ze vicevoorzitter van de raad van toezicht van het Scheepvaart en Transport College en heeft ze een sterke binding met de Rotterdamse haven. Ze gaat in gesprek met Jaap van Thiel de Vries, onze nieuwe voorzitter. In zijn functie als voorzitter en als directeur bij Boskalis International ziet hij hoe de maritieme industrie en waterbouwers onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden en elkaar nodig hebben om in Nederland én internationaal het verschil te maken. Gaat een brede Maritieme Sectoragenda ons helpen om de (vaar)weg van beleid naar praktijk verder te plaveien? “Het motto van de agenda is niet voor niets: No Guts, no Hollands glorie!”

Waterbouw en maritieme maakindustrie zijn met elkaar verbonden: hoe zien jullie die relatie?

Van Thiel De Vries: “De waterbouw drijft op de maritieme maakindustrie. Daarmee bedoel ik dat ons drijvend materieel cruciaal is voor ons succes. We onderscheiden ons ermee in de markt en dat maakt het tot een belangrijke pijler onder ons verdienmodel. Als je ziet hoe werkschepen worden ontwikkeld, dan is dat echt een coproductie waarin de ervaring van aannemers op projecten en de kennis en expertise van de maritieme maakindustrie samenkomen. Waterbouwers hebben de maritieme maakindustrie nodig om onderscheidend en succesvol te zijn op de nationale en internationale markt.”
Van Bijsterveldt: “Daar sluit ik me volledig bij aan: de waterbouw en maritieme maaksector zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wat de maritieme maakindustrie bouwt, gebruiken waterbouwers om droge voeten te houden in Nederland. En liefst ook in de wereld. We mogen oprecht en hoorbaarder trots zijn op de Nederlandse waterbouwers. Wat deze bedrijven doen heeft wereldwijd impact. Als er echt grote problemen zijn, staat Nederland voorop, en dat kan alleen met een sterke maritieme sector. De waterbouw kan niet zonder hoogwaardig maritiem materieel en innovatieve schepen, en andersom vinden veel maritieme innovaties hun toepassing juist in waterveiligheid en klimaatadaptatie. Ik zie de waterbouw en de maakindustrie als één geïntegreerd maritiem ecosysteem dat werkt als keten: van ontwerp en bouw tot uitvoering en onderhoud.”

Wat is het belang van de maritieme sector voor Nederland?

Van Bijsterveldt: “Dat deze sector expliciet wordt genoemd in het coalitieakkoord, onderstreept het vitale en strategische belang. Het bevestigt dat maritieme kracht direct samenhangt met nationale weerbaarheid en strategische autonomie. Ik noemde al het behoud van droge voeten, daar hoort ook klimaatadaptatie bij. Maar de maritieme sector is ook cruciaal voor energiezekerheid en onze onafhankelijkheid, voor militaire veiligheid, de bescherming van kritische infrastructuur op zee én voor ons verdienvermogen.”

Van Thiel De Vries: “Daarnaast verbindt de maritieme sector Nederland met de rest van de wereld, en dat is al eeuwen zo. Al meer dan 100 jaar terug bouwden Nederlandse waterbouwers havens aan de andere kant van de wereld, van Shanghai in China tot Semarang op Java. En dat doen we nog steeds, zodat we onze eigen mainports en maritieme infrastructuur ontsluiten naar de rest van de wereld.”
Van Bijsterveldt: “Dit is de oudste industrie van Nederland. Wij wonen, werken en leven in een delta waar we door permanente landaanwinning en waterbouw zijn geworden wie wij nu zijn. Het is met recht Hollands glorie.”

Is dat nationaal belang de reden voor het opstellen van een sectoragenda?

Van Bijsterveldt: “Jazeker. En dat belang is alleen maar toegenomen door alle geopolitieke ontwikkelingen. Voor de strategische autonomie van Nederland is een sterk maritiem ecosysteem onmisbaar. Ook Europa is hierbij van belang. Door sterk te zijn hebben wij wat te bieden. Daarnaast heeft Nederland samen met Duitsland, mede namens acht andere lidstaten, het initiatief genomen richting de Europese Commissie en daar de maritieme sector op de agenda gezet. Als gevolg daarvan verschijnt er op 4 maart 2026 een European Maritime Industry Strategy.”

Welke uitdagingen zien jullie, voor waterbouwers en de maritieme maakindustrie?

Van Bijsterveldt: “Internationaal zien we, naast de maatschappelijke uitdagingen als klimaatverandering, ook toenemende geopolitieke spanningen en oneerlijke concurrentie. Nationaal lopen we onder meer aan tegen ruimtegebrek, weinig focus in en beperkte financiële mogelijkheden voor innovatie, stroperige vergunningstrajecten en weinig toegankelijke financiering. Daarvoor hebben we in de sectoragenda actielijnen en 25 concrete maatregelen geformuleerd. Een concreet knelpunt is de fysieke ruimte: maritieme bedrijvigheid heeft ruimte nodig aan kades, in havens en op strategische bedrijventerreinen. Zonder die ruimte kan de sector niet verduurzamen, onderhouden, opschalen en innoveren.”
Van Thiel De Vries: “De uitdaging die ik zie, begint dicht bij huis. Voor een veilige toekomst moeten we in Nederland de schop weer sneller in de grond krijgen en moeten we af van de hoge indirecte kosten. Internationaal zullen we ons als waterbouwers staande moeten houden in een nieuwe wereldorde. Daarbij is het heel belangrijk dat we als Nederland een offensieve handelsstrategie voeren en dat we echt weer de boer op gaan. Daarbij is het belangrijk dat we een eigen financieringspropositie kunnen bieden, die kan concurreren met bijvoorbeeld China of de Arabische landen, want zij komen er echt aan. Bij de presentatie van het nieuwe coalitieakkoord wordt een investeringsbank genoemd met een aantal leningsvormen die daarbij kunnen helpen.”

Wie het woord overheid in de mond neemt, zegt of denkt vaak ook in één adem: wetten en regels. Hoe zorgen we ervoor dat we beleid en praktijk nauwer verbinden?

Van Bijsterveldt: “We worstelen in ons land allemaal met de vele regels en procedures. Daar moeten we doorheen zien te breken. Dat is een must, want we hebben onszelf op onderdelen echt vastgezet. Het punt in Nederland, zoals Peter Wennink in zijn rapport De route naar toekomstige welvaart schrijft, is dat zowel wetgeving als uitvoering vaak sterker geijkt lijken op procedurele juistheid en te weinig op het bereiken van maatschappelijke doelen. Daarbij komt dat Nederland bij de uitvoering van Europese wet- en regelgeving vaak roomser is in vergelijking met veel andere lidstaten. Als we in deze kramp blijven, ons daardoor laten belemmeren en te weinig durf tonen, dan redden we het niet. We moeten meer lef hebben. Dat was ook de reden voor de titel van de sectoragenda: No guts, no Hollands Glorie!”en het interdepartementale Rijksregiebureau dat verantwoordelijk is voor de uitvoering."
Van Thiel De Vries: “Helemaal mee eens. Door het ongecontroleerde samenspel van vele regels en wetten, loopt de uitvoering van projecten vast en wordt de samenleving geconfronteerd met kosten die niet meer proportioneel zijn.”

Kan het Rijksregiebureau hierin een rol gaan spelen?

Van Bijsterveldt: “Een punt van aandacht bij de sectoragenda was niet alleen de samenwerking binnen de sector, maar ook de samenwerking met en binnen het Rijk. We zagen dat kennis en kunde binnen ministeries steeds meer versnipperd raakten. Eén van de aanbevelingen in die sectoragenda is daarom: richt een Rijksregiebureau Maritieme Industrie op. Dat is in heel korte tijd gerealiseerd. Vanuit de ministeries van Defensie, Infrastructuur en Waterstaat, Buitenlandse Zaken, Financiën en Economische Zaken zijn mensen als eenheid fysiek gedetacheerd bij het ministerie van Economische Zaken. Elke maandagochtend bespreken we de actuele onderwerpen en stellen we telkens de vraag: wat speelt er aan maritieme belangen bij de betrokken ministeries en hoe kunnen we elkaar versterken? Bij het Rijksregiebureau worden de krachten gebundeld om zo mogelijk tot oplossingen te komen voor actuele vraagstukken. Dit bureau is ook verantwoordelijk voor de uitvoering van de sectoragenda. Het is een unieke governance, aangestuurd door vijf ministeries en in nauwe samenwerking met de sector. Er is momenteel geen enkele andere sector waarbij beleid en uitvoering zo dicht op elkaar zitten en waarin beleid en praktijk elkaar versterken in plaats van – helaas maar al te vaak – frustreren.”

Wat is jullie boodschap aan het nieuwe kabinet?

Van Bijsterveldt: “Het is positief dat het nieuwe coalitieakkoord inzet op industriebeleid dat laissez-fleurir beleid verankert voor strategische sectoren, zoals de maritieme sector. Mijn belangrijkste boodschap: wees stabiel en betrouwbaar en continueer het nationaal, integraal en hightech maritiem industriebeleid. Laten we met het Rijksregiebureau doorpakken op iets dat werkt. Blijf investeren in de vernieuwing van de maritieme sector en zorg dat deze strategische sector ook daadwerkelijk de fysieke ruimte krijgt om te blijven bouwen aan een veilig, duurzaam en welvarend Nederland en Europa.”
Van Thiel De Vries: “Eens! Druk die brede maritieme sector tegen de borst en realiseer je hoe belangrijk die is voor Nederland. Het thema van het nieuwe kabinet is: ‘Aan de slag’. Laten we dat ook echt gaan doen. We kunnen altijd tien redenen bedenken waarom vernieuwingen, grensverleggende projecten en innovatie niet kunnen of mogen, maar die houding kunnen we ons niet meer veroorloven. We moeten vooruit. Of om nog één keer het nieuwe kabinet te citeren: Aan de slag!”

Foto:Boskalis