Van één vrachtwagen in 1955 tot een multidisciplinaire aannemer met een stevige positie in de waterbouw: Wetering laat zien hoe een familiebedrijf kan meegroeien met een sector die voortdurend in beweging is. In 2025 vierde het bedrijf haar 70-jarig jubileum, met sindsdien de derde generatie – Tom van de Wetering – aan het roer. Die generatiewissel markeerde meteen een duidelijke strategische versnelling: meer integraliteit, meer invloed aan de voorkant van projecten en een nadrukkelijkere rol in de waterbouwketen.
Van één vrachtwagen in 1955 tot een multidisciplinaire aannemer met een stevige positie in de waterbouw: Wetering laat zien hoe een familiebedrijf kan meegroeien met een sector die voortdurend in beweging is. In 2025 vierde het bedrijf haar 70-jarig jubileum, met sindsdien de derde generatie – Tom van de Wetering – aan het roer. Die generatiewissel markeerde meteen een duidelijke strategische versnelling: meer integraliteit, meer invloed aan de voorkant van projecten en een nadrukkelijkere rol in de waterbouwketen.
“We zijn allang niet meer alleen een transporteur of leverancier van klei”, zegt directeur natuur, water en infra Jeroen Buijs. “We zijn betrokken van ontwerp en uitvoering tot oplevering en nazorg. Die verbreding maakt dat we de klant volledig ontzorgen en verantwoordelijkheid nemen voor het totale resultaat.”
Van transporteur tot ketenpartner
Weterings oorsprong ligt in het transport van grondstoffen zoals zand en klei. Gaandeweg verschoof de rol van transport naar handel in kleisoorten. Vanuit het transport voor de dijkenbouw en keramische industrie, is het bedrijf doorgegroeid richting de aannemerij. Waar Wetering eerst alleen leverde, is de organisatie ook zelf gaan werken op dijkenbouwprojecten en bij steenfabrieken. Vanuit die werkzaamheden is de winning en handel in klei ontstaan. Tegenwoordig opereert het bedrijf als integrale speler in de grond-, weg- en waterbouw, met klei-exploitatie als onderscheidende expertise.
Die expertise gaat ver. Wetering kent niet alleen de logistiek van grondstromen, maar ook de chemische samenstelling en toepassingen van kleisoorten in bijvoorbeeld de keramische industrie. Door klei te mengen – soms met materiaal uit eigen groeves in Duitsland – kan het bedrijf grondstoffen opwaarderen tot nog hoogwaardigere producten. Dat levert niet alleen technisch betere oplossingen op, maar maakt projecten ook voor opdrachtgevers economisch rendabeler. “Wij weten precies welke samenstelling nodig is en kennen de afzetmarkt”, aldus Buijs. “Als de kwaliteit lokaal minder is, kunnen we die verbeteren. Daarmee voorkom je afvoer en nieuwe aanvoer. Dat scheelt transport, kosten én milieubelasting.”
Specialist op de achtergrond
Wetering werkt veel in combinatie met andere aannemers, bijvoorbeeld in projecten als de Grebbedijk (HWBP), dijkversterkingen in Limburg en diverse KRW-projecten langs bijvoorbeeld de Maas. Vaak als hoofdaannemer op de voorgrond, maar ook als specialist op de achtergrond. Die rol past bij het bedrijf: nuchter, inhoudelijk sterk en gericht op samenwerking. “In combinatievorm kun je elkaars expertise benutten en risico’s delen. Wij brengen specialistische kennis in over klei, bodem en toepassingen en constructieve waterbouw. Dat is onze kracht.” Met zo’n 100 medewerkers, een groot eigen machinepark en een sterk groeiend aandeel elektrisch materieel – en zelfs ontwikkelingen richting waterstof – bouwt Wetering verder aan een toekomstbestendige organisatie.
KRW-uitdagingen
De ambities van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn helder: eind 2027 moeten alle Europese wateren in een goede ecologische toestand verkeren. In Nederland zijn deze doelen vertaald naar concrete maatregelen binnen het Nationaal Water Programma. In de praktijk blijken die doelen echter een forse uitdaging.
Volgens Buijs wringt het op meerdere fronten. “De doelen zijn goed, maar de tijd lijkt te gaan ontbreken. Als je kijkt naar de doorlooptijd van KRW-projecten – ontwerp, vergunningen, grondverwerving, uitvoering en oplevering – dan is eind 2027 in veel gevallen simpelweg niet meer haalbaar. Sommige trajecten moeten nog starten, terwijl een project al snel anderhalf jaar duurt.” Praktische obstakels zijn onder meer het regelen van grondeigendom, lange vergunningstrajecten, inspraakprocedures en ecologische randvoorwaarden. Het wordt een spoedklus, maar die uitdaging gaat Wetering graag aan.
Opvallend genoeg dwingt de KRW Wetering niet tot een compleet nieuwe werkwijze – het bevestigt juist de koers die al jarenlang wordt ingezet. De focus op integraliteit, samenwerking, gebiedskennis en duurzaam grondgebruik sluit naadloos aan bij wat de richtlijn beoogt. “In die zin lopen we er al jaren op vooruit”, aldus Buijs. “Alleen moet het systeem nu nog aansluiten op wat in de praktijk al kan.”
Gebiedsspecifiek beleid
Volgens Buijs zit een belangrijk knelpunt in de manier waarop beleid wordt toegepast. “Er wordt vaak gestuurd vanuit landelijke kaders, terwijl de oplossing juist in het gebied zelf ligt. Meer gebiedsspecifiek beleid zou een stap in de goede richting zijn.” Hij wijst op de omgang met grond en klei als voorbeeld. In de huidige praktijk wordt grond met afwijkende waarden vaak afgevoerd en vervangen door ‘schone’ grond van elders. Volgens Buijs is dat niet altijd logisch. “Wij kunnen lokaal grond opwaarderen voor hoogwaardige toepassingen. Soms zitten er stoffen in die van nature al in dat gebied voorkomen. Waarom zou je die grond afvoeren, als je het binnen hetzelfde gebied verantwoord kunt hergebruiken?” Die aanpak vraagt om vertrouwen en maatwerk, maar stuit nog regelmatig op terughoudendheid bij instanties. “Er is nog te veel koudwatervrees. Terwijl we al jarenlang ervaring hebben met het opbouwen van kleidepots en het testen van samenstellingen. Het wordt langzaam geaccepteerd, maar we zijn er nog niet.”
Doorbreek de klassieke rolverdeling
De boodschap vanuit Wetering aan beleidsmakers is helder: het systeem moet meebewegen met de praktijk. Geef ruimte aan gebiedsspecifieke oplossingen, versnel procedures zonder kwaliteit te verliezen en werk écht samen in plaats van naast elkaar. Doorbreek de klassieke rolverdeling tussen opdrachtgever, opdrachtnemer en de bevoegde gezagen. “Je kunt dit soort opgaven niet meer oplossen vanuit een traditionele verhouding”, zegt Buijs. “Je moet samen optrekken, vanaf het begin. Anders red je het gewoon niet. Zo denken we graag al mee vanaf de ontwerpfase en werken we als specialist in combinatie met andere aannemers.”
Sector in transitie
De komende tien jaar verwacht Wetering verder te groeien als specialist in natuur- en integrale gebiedsontwikkeling en waterbouw. Tegelijkertijd zal de sector veranderen onder invloed van strengere regelgeving en de steeds nadrukkelijkere rol van water en bodem als sturend principe. De basis blijft echter onveranderd: vakmanschap, diepgaande kennis van de bodem en een langetermijnvisie. “Wij staan elke dag met onze laarzen in de klei”, zegt Buijs. “Maar als we echt stappen willen maken in Nederland, dan moeten we het samen anders durven organiseren.” Daarmee raakt hij de kern. Na 70 jaar zit de echte vooruitgang niet alleen in de techniek of schaal, maar in het lef om anders te kijken naar wat er al is – en dat lokaal, slim en gezamenlijk beter te benutten.