Tag(s):
Materieel
Wet- en regelgeving voor drijvende werktuigen is al sinds 2019 van kracht. De afgelopen jaren heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) het toezicht op de gemandateerde instanties aangescherpt en is er meer uniformiteit tussen de verschillende certificerende instanties ontstaan. Remy Abbas, lid van de Kerngroep Nautische Zaken: “Door samen in te zetten op duidelijkheid, voorspelbaarheid en technische diepgang, kunnen we als sector voorkomen dat certificering wordt ervaren als last en het benutten als kwaliteitsinstrument.”
Wet- en regelgeving voor drijvende werktuigen is al sinds 2019 van kracht. De afgelopen jaren heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) het toezicht op de gemandateerde instanties aangescherpt en is er meer uniformiteit tussen de verschillende certificerende instanties ontstaan. Remy Abbas, lid van de Kerngroep Nautische Zaken: “Door samen in te zetten op duidelijkheid, voorspelbaarheid en technische diepgang, kunnen we als sector voorkomen dat certificering wordt ervaren als last en het benutten als kwaliteitsinstrument.”
Bij veel waterbouw- en infrastructurele projecten worden drijvende werktuigen gebruikt. Vooral waterbouwers beschikken hiervoor vaak over eigen schepen met een kraan of ander materieel. Voordat je hiermee kunt uitvaren en aan het werk mag, moet de gehele combinatie gecertificeerd worden volgens de binnenvaartwet. Bij de meeste ‘standaard’ werkschepen is de certificering inmiddels grotendeels op orde, maar bij bijzondere toepassingen en drijvende werktuigen is het soms een uitdaging om tot de juiste certificering te komen. Zeker bij drijvende werktuigen die zijn opgebouwd uit koppelbare pontons, weet Abbas vanuit zijn functie bij Van Schie.
Koppelbare pontons
Drijvende werktuigen opgebouwd uit koppelbare pontons worden breed ingezet: van funderingswerk en tijdelijke werkplatforms tot evenementen en logistieke oplossingen. Door hun flexibiliteit en modulariteit zijn ze technisch gezien aantrekkelijk, maar juist die variatie maakt een eenduidige benadering qua certificering complex (zie kader). Abbas: “Europese richtlijnen zoals ES‑TRIN 2025/1 en EU 2016/1629 stellen hoge eisen aan veiligheid, stabiliteit en constructieve betrouwbaarheid. In de praktijk betekent dit dat niet alleen het individuele ponton, maar ook het gehele pontonsamenstel én het materieel dat erop wordt ingezet moeten worden beoordeeld.”
Dit besef is binnen de sector nadrukkelijker gaan leven. “Zonder goede certificering kan een project worden stilgelegd, wat leidt tot faalkosten en vertragingen. Daar komt bij dat waterbouwers steeds meer in drukke vaargebieden en stedelijke omgevingen werken. Dat vraagt om veel aandacht voor veiligheid en het beperken van risico’s door uniforme certificering”, aldus Abbas.
Gezamenlijke input leveren
Daarnaast constateert de sector dat de ILT de afgelopen periode scherper stuurt op uniformiteit en op de manier waarop certificerende instellingen hun controles uitvoeren. “De ILT kijkt en denkt zelf actiever mee in dossiers. We merken de afgelopen jaren dat de interpretatie van regelgeving strakker en consistenter wordt toegepast. Ook verwijzen certificerende instellingen vaker terug naar de technische richtlijnen of ze vragen om aanvullende verificaties.”
Abbas begrijpt dat de ILT meer grip wil hebben op een veld dat technisch snel ontwikkelt, maar dat vraagt volgens hem wel om goede afstemming met de sector. “De waterbouw is afhankelijk van voorspelbare en uitlegbare regelgeving. Daarom zijn we als vereniging en als kerngroep doorlopend in contact met de overheid. Die dialoog biedt ons de kans om gezamenlijke input te blijven leveren op bestaande en nieuwe wet- en regelgeving en om periodiek af te stemmen met de ILT en certificerende instanties om interpretaties te uniformeren. Daarnaast kunnen we praktijkvoorbeelden en de diversiteit van de toepassingen delen, zodat aan de andere kant van de tafel ook meer begrip ontstaat over wat we doen en wat voor waterbouwers van belang is.”
Kwaliteitsinstrument
Die gesprekken leveren vruchtbare resultaten op. Zo constateert Abbas meer uniformiteit in behandeling van dossiers, korte lijnen en snellere en strakkere communicatie met certificerende instellingen. De andere kant van de medaille is dat de waterbouwers zich eerder en beter moeten verdiepen in certificeringseisen. “Liefst al vroeg in de voorbereiding of tenderfase helderheid creëren over configuraties, zodat deze meegenomen kunnen worden bij de stabiliteits- en sterkteberekeningen en bij de certificering. Door samen in te zetten op duidelijkheid, voorspelbaarheid en technische diepgang, kunnen we als sector voorkomen dat certificering wordt ervaren als last en het juist benutten als kwaliteitsinstrument.”
|
Certificering koppelbare pontons
Koppelbare pontons worden ingezet voor grond-, weg- en waterbouw en voor evenementen. Afhankelijk van hun toepassing moeten alle pontons stuk voor stuk een geldige cascokeur hebben. Combinaties van verschillende drijvende ‘legostenen’ en materieel, moeten ook als geheel gecertificeerd worden. Daarvoor zijn in Nederland gemandateerde organisaties: Bureau Scheepvaart Certificering, Register Holland en Nederlands Bureau Keuringen Binnenvaart (NBKB). Na afgifte van het certificaat moeten alle door de ILT afgegeven scheepskenmerken zichtbaar op het vaartuig worden aangebracht. Handhaving, vaarwegbeheerders en vergunningsverleners controleren vaak onaangekondigd of zo’n samenstel een certificaat heeft en of het geldig is.
|