Tijd dringt voor de verplichte certificering van al het drijvend materieel: Hoge kosten voor aannemers?!

Voor 2019 dient al het bestaand drijvend materieel gekeurd en gecertificeerd te worden. Behalve de kosten van certificering zou dit ook kunnen leiden tot aanpassingskosten om te voldoen aan de wettelijke technische eisen.

De Vereniging van Waterbouwers heeft de leden in 2009 geïnformeerd over de nieuwe Binnenvaartwet. De brief met bijlage d.d. 13 juni 2009 geeft een samenvatting van de belangrijkste wijzigingen voor 'drijvende werktuigen' en 'schepen bestemd voor de bouw'.

De huidige stand van zaken:

  • Op grond van de Binnenvaartwet dient alles wat drijft in Zone één t/m vier voor 2019 gecertificeerd te worden. Tot op het kleinste slootje, exclusief zand- en grindgaten;
  • Als eigenaar van het betreffende materieel kan je zelf bepalen in welke categorie het drijvend materieel gecertificeerd wordt: als drijvende werktuig of als schip bestemd voor de bouw;
  • Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) adviseert het geregistreerd laten inbouwen van nieuwe motoren om eventuele problemen bij certificering te voorkomen;
  • Ook adviseer ILT een lijst aan te leggen met bestaande werktuigen (reeds in gebruik voor 1-7-2009). Deze lijst moet een eigenaar bij een eerste certificering kunnen aanleveren om zo de uitwisselbaarheid van de werktuigen binnen de eigen vloot te waarborgen. Revisie van deze werktuigen mag. Bij vervanging mogen uitsluitend nieuwe type-gekeurde motoren gebruikt worden;
  • Er wordt nog niet actief gecontroleerd, maar de kanteldatum van 30 december 2018 komt snel dichterbij. Daarna zal er gehandhaafd gaan worden;
  • De verplichte certificering wordt vanuit ILT al wel als sturend instrument gebruikt door bijvoorbeeld onder andere Rijkswaterstaat te bewegen in aanbestedingen op te nemen dat uitsluitend met gecertificeerd materieel gewerkt dient te worden.

(Financiële) gevolgen certificering
De certificering kan goed zijn voor de markt omdat door certificering de ongelijkheid in kwaliteit wordt verminderd. Niet alleen van materieel, maar ook van bedrijven zelf. Aannemers in het kleinschalig baggeren ervaren op milieu- en arbotechnisch gebied misstanden. Deze worden hopelijk beperkt door certificering. Aan de andere kant wordt gevreesd voor disproportionele investeringen in materieel. Veel materieel, met name in het kleinschalige baggerwerk, is minder waard dan de kosten van certificering. Laat staan eventuele kosten gemoeid met noodzakelijke aanpassingen.

Al met al zijn de (financiële) gevolgen van de verplichte certificering voor bestaand drijvend materieel niet duidelijk. Op dit moment is niet bekend om hoeveel stuks drijvend materieel het gaat en in welke mate deze wel of niet voldoen aan de technische eisen voor certificering.

Pilot / impactanalyse
Om een beter idee te krijgen van de financiële en overige gevolgen van de certificering van de vloot is de Vereniging van Waterbouwers voornemens een nader onderzoek te doen naar de impact van de certificering. Het idee is een pilot te houden. Het voorstel hiervoor zal worden besproken in de eerstvolgende vergadering van de Kerngroep Nautische Zaken op 1 juli 2013.

Doel van de voorgestelde pilot zou zijn om bij een gemiddeld bedrijf een inspectie te organiseren door een certificerende instelling. De Vereniging zal hiervoor de betrokken instanties uitnodigen zoals ILT, Inspectiebureau, Ministerie en Rijkswaterstaat. Aan de hand van de uitkomsten van de pilot zal het standpunt van de Waterbouwers worden bepaald.

Meer informatie: Chantal Schillemans, telefoon: 0182 567367 of email: c.schillemans@waterbouwers.nl.
Extranet bijlage: Brief aannemers Technische Richtlijn Binnenvaart