Opdrachtgevers en opdrachtnemers werken samen aan toekomstige uitdagingen

Opdrachtgevers en opdrachtnemers werken samen aan toekomstige uitdagingen

Sinds een aantal jaren komen vertegenwoordigers van een aantal waterschappen (leden van de Unie van Waterschappen) en een aantal aannemers (leden van de Vereniging van Waterbouwers) circa 3 keer per jaar samen in het Coördinatie overleg. De groep vormt daarmee een mooie combinatie van mensen die de aanbestedingen voorbereiden en uitzetten in de markt enerzijds en mensen die de uitvoering voor hun rekening nemen anderzijds.

“Vanuit de belangen van de opdrachtgever en opdrachtnemer kijken we gezamenlijk naar issues die spelen en voor beiden van belang zijn”, zo geeft Fred de Haan (Waternet), voorzitter van het Coördinatie overleg, aan. “Van oorsprong bespraken we vooral problemen uit de praktijk, zodat we gezamenlijk konden zoeken naar oplossingen. Tegenwoordig bespreken we veel meer toekomstige ontwikkelingen waar waterbouwers mee te maken krijgen. Denk aan  baggeren, duurzaam aanbesteden en andere aanbestedingsvormen, de omgang met ZZS-stoffen en klimaatadaptieve maatregelen. Daarmee tillen we het Coördinatie overleg naar een hoger abstractie niveau en doen we aan verwachtingsmanagement.”

Frits van den Boogaard (Koninklijke Smals) is één van de aannemers die deelneemt in het overleg. Hij heeft veel waardering voor de wijze waarop in een open dialoog de zienswijze van opdrachtgever en opdrachtnemer besproken wordt. “Door zaken te bespreken hebben we meer begrip voor elkaars standpunten en kunnen we meer rekening houden met elkaars belangen en gezamenlijk werken aan mogelijke oplossingen. Daar hebben beide partijen baat bij.”

In een interview gesprek gaat Fred de Haan (Waternet) in op de dossiers die spelen binnen het Coördinatie overleg. Frits van den Boogaard (Koninklijke Smals) geeft hierop zijn reactie.

Emissieloos baggeren

“Op dit moment zijn binnen het Coördinatie overleg de belangrijkste onderwerpen het emissie loos baggeren en de energietransitie. Gezamenlijk brengen we bijvoorbeeld advies uit aan het Ministerie van IenW om invulling te geven aan de routekaart voor het transitiepad Kustlijnzorg en Vaargeulonderhoud. We weten wat de doelen zijn met betrekking tot het emissieloos baggeren. We maken een voorstel wat ervoor nodig is om deze doelstellingen te realiseren en op welke termijn dat haalbaar is. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de inzet van emissieloze hydraulische kranen, aanpassingen in het drijvend materieel of het gebruik van alternatieve brandstoffen. Het vergt onderling heel veel afstemming om te onderzoeken welke innovaties de moeite waard zijn om uit te gaan voeren. Er zijn namelijk meerdere routes te bedenken en ook de ontwikkelingen op technisch vlak volgen elkaar snel op. De waterbouwsector werkt met kapitaalintensieve werktuigen en schepen. Beide partijen hebben er baat bij dat er zo optimaal mogelijk wordt geïnvesteerd. Dat is nog best een uitdaging. We zetten daarom meerdere paden uit. Hierdoor kunnen we de transitie versnellen. Door de mogelijkheden met elkaar te bespreken, bereiken we sneller consensus en kunnen we op beleidsniveau zaken beter op elkaar afstemmen.”

Reactie Frits van den Boogaard: “Bij investeringen in nieuw baggerequipment gaan wij uit van een levensduur van minimaal 25 jaar. We willen duurzame lange termijn keuzes maken en dat is in de snel veranderende wereld niet eenvoudig. Ondernemen is echter ook visie tonen en lef hebben. Als Smals Dredging (onderdeel van Koninklijke Smals) bezitten we inmiddels 6 volledig elektrische zuigers. Kanttekening is dat deze zuigers voornamelijk actief zijn op langjarige projecten waar walstroom aanleggen ‘rendabel’ blijkt. Voor het steeds verplaatsende equipment, waarvan wij ook een flink aantal zuigers in onze vloot hebben, is een walaansluiting aanleggen vooralsnog voor opdrachtgevers een te grote financiële horde gebleken. Een uitkomst zou zijn: in ieder geval moderniseren (elektrisch aandrijven) op onderdelen waar het wél rendabel is. En robuuste aanpasbare (modulaire of op onderdelen vervangbare) zuigers bouwen in de nabije toekomst.” 

Duurzaam aanbesteden

“We stoeien binnen het Coördinatieoverleg nog om de juiste invulling te geven aan duurzaam aanbesteden”, zo geeft De Haan aan. “Daar is veel discussie over binnen de groep, want de meningen lopen uiteen. Er is altijd een gezond spanningsveld tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Helaas constateer ik nog maar al te vaak, dat de laagste prijs leidend is bij de gunning van aanbestedingen. Dat vind ik jammer, want dat leidt meestal niet tot de meest duurzame oplossing. We willen ervoor zorgen dat duurzaamheidsaspecten in de toekomst meer gaan meewegen bij de uitvraag van aanbestedingen”, aldus De Haan.

Reactie Frits van den Boogaard: “Wij denken dat meer uitvragen met EMVI (Economisch Meest Voordeling Inschrijving) en minder gunnen op laagste prijs een goede zaak is. Hoge kwaliteit van werken en échte toegevoegde waarde zou altijd leidend moeten zijn. Het komt echter ook voor dat opdrachtgevers van werken een flinke EMVI-factoren dito fictieve korting beloven, maar dat alle inschrijvers vervolgens nagenoeg dezelfde EMVI-score behalen. Dan lijkt EMVI een stukje ‘window-dressing’, waarmee het verschil door de innovatieve duurzame aannemer dus NIET gemaakt kan worden. Dat is erg jammer en het duidt wat mij betreft op conservatief, budget gedreven gedrag. Persoonlijk pleit ik voor meer aandacht voor natuur, milieu, omgeving en goede handhaving van hetgeen beloofd wordt in de aanbesteding. Dan krijgen we een eerlijk, toekomstgericht speelveld onder de aannemers.”

PFAS en Zeer zorgwekkende stoffen

“Andere dossiers die wij behandelen in het Coördinatie overleg zijn bijvoorbeeld PFAS en gerelateerd hieraan Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) die voorkomen in baggerspecie. Vanuit de opdrachtgeverskant weten we dat deze stoffen soms in de bagger zitten, maar hebben we nog onvoldoende zicht op wat het betekent voor de verwerking ervan. De verwerking wordt gedaan door de aannemer. De opdrachtnemers hebben aangegeven dat het steeds moeilijker is om een stortplaats te vinden voor de bagger die niet op de kant mag of niet toepasbaar is. De grond wordt dan afgekeurd, maar moet wel ergens naar toe worden gebracht. Het leidt tot het besef aan beide kanten dat de kwaliteit van de baggerspecie steeds meer onder druk komt te staan.

We zijn in het PFAS-lobbyproces gezamenlijk opgetrokken richting het Ministerie van IenW. De aanpak van PFAS was in eerste instantie belegd bij omgevingsdiensten en decentrale overheidsinstanties. Dat is in lijn met de wijze waarop de Omgevingswet tot uitvoering wordt gebracht. We hebben toen gezamenlijk gevraagd aan het Ministerie van IenW om vanuit hun centrale positie de regie te nemen.

Het handelingskader PFAS zoals dat er nu ligt, zorgt nog voor veel onzekerheden. Het is een wirwar van normen en daarover kan discussie ontstaan bij de toepassing van baggerspecie. Daar zijn we best wel huiverig voor. Het is een weerbarstig en lastig onderwerp. Ook het Ministerie van IenW worstelt er nog mee. Ze moeten op zoek gaan naar een nieuwe balanceren om te bepalen wat nog acceptabel en uitvoerbaar is, anders loopt op de langere termijn de uitvoering weer vast.”

Reactie Frits van den Boogaard : “Ik pleit voor een realistische, werkbare aanpak. Door steeds meer en specifieke kennis van de bodemvervuiling, komen steeds meer ‘schadelijke stoffen’ aan het licht. Dit zal niet zomaar stoppen. Aanpakken bij de bron is de eerste aanzet tot verbetering uiteraard. Verdere vervuiling tegengaan door lokaal te verwerken of slim te hergebruiken, lijkt mij raadzaam en qua carbon footprint ook gunstig.”

Klimaatadaptatie

“Binnen het Coördinatie overleg zijn we aan het uitzoeken hoe het baggeren van de waterbodem kan bijdragen aan de klimaatadaptieve en klimaatbeperkende maatregelen. De centrale vraag is ‘Hoe kunnen we zorgen dat baggeren van de waterbodem minder CO2 en methaan uitstoot?’ Het blijkt dat de waterkwaliteit hier een belangrijke rol in speelt. Een goede waterkwaliteit beperkt de uitstoot van broeikasgassen en de conditie van de waterbodem is van invloed op de waterkwaliteit. Het verwijderen van een voedselrijke baggerlaag helpt om de waterkwaliteit te verbeteren. En dat leidt tot minder uitstoot van broeikasgassen. Het is een toekomstig onderwerp dat nu nog in de studiefase zit, maar ik verwacht dat dit snel meer aandacht zal krijgen. Bij het zoeken naar oplossingen willen we de praktische ervaringen van de aannemers hierin meenemen.”

Reactie Frits van den Boogaard: “De waterkwaliteit kan worden verbeterd door te baggeren. Door daarbij steeds meer data te verzamelen, leren we nog steeds bij over water, bodem en ecologie. Zoals we ons bij het ontwerp van nieuwe infrastructuur en de ontwikkeling van te vernieuwen stedelijk gebied steeds meer baseren op data en gegevens uit het verleden, moeten we dit ook onder water steeds meer gaan doen. Daarin is in mijn ogen nog een flinke inhaalslag te maken.”

Verwachtingsmanagement

“We verwachten dat de waterschappen in de komende jaren in het kader van de energietransitie meer moeten gaan betalen voor baggerwerkzaamheden” geeft De Haan aan. “De projectkosten zullen geleidelijk in de komende jaren met een paar procent omhoog gaan. Het is belangrijk om te weten hoe snel we als sector moeten innoveren. Het onderling bespreken en het delen van verwachtingen is daarbij heel belangrijk. Waterschappen willen continuïteit in de uitvoering van baggerwerkzaamheden op de langere termijn garanderen tegen maatschappelijk acceptabele kosten. Aannemers hebben een stuk zekerheid in de opdrachtenstroom nodig om investeringen terug te kunnen verdienen. Er is dus sprake van een wederzijds belang om elkaar goed op de hoogte te houden over de toekomstige ontwikkelingen en de verwachtingen. Het Coördinatie overleg speelt daarin een belangrijke rol en is van toegevoegde waarde, zowel voor de waterschappen als voor aannemers in de waterbouw.”

Reactie Frits van den Boogaard : “Van verschillende waterschappen horen we dat onderhoudsbudgetten de afgelopen jaren gelijk zijn gebleven, ondanks toenemende ambities en verwachtingen op het gebied van CO2-reductie, energietransitie, klimaat en circulariteit. Dit is een contradictio in terminis en zorgt voor spanning. En soms voor ‘schijnbewegingen naar voren’; een opdrachtgever zegt grote duurzaamheidsdoelen te hebben, maar wil in werkelijkheid alleen sturen op minimaal budget bij een aanbesteding. Koninklijke Smals werkt het liefst samen met de frontrunners; partijen die geloven in vernieuwing, vooruitgang en kwaliteit van werken en dit ook daadwerkelijk in de praktijk brengen. Ik geloof enorm in innovatie en een nieuwe lente. Zeker wanneer de druk om fossiele brandstoffen minder te gebruiken toeneemt en prijzen hiervan door welke oorzaak dan ook, de pan uitrijzen.”

Reageren? Neem contact op met het Coördinatie overleg: E: info@waterbouwers.nl