We moeten zichtbaar zijn

We moeten zichtbaar zijn

Hoe word je als sector top of mind bij een student die voor zijn of haar studiekeuze staat? Het is een vraag waar Lodewijk Wijngaard, HR-directeur bij Boskalis, regelmatig zijn hoofd over breekt. Volgens de vice-voorzitter van de Kerngroep Mens is het belangrijk om zichtbaar te zijn. Dat vindt Isolde Struijk, directeur bij Van den Herik- Sliedrecht, ook. “We zullen ons veel meer moeten richten op arbeidsmarktcommunicatie," zegt Isolde Struijk, bestuurslid van de vereniging en liaison van de Kerngroep Mens. Aan het woord in het Waterbouw Kompas 2021 zijn Lodewijk Wijngaard en Isolde Struijk. In een artikel zoomen ze in op het geven van aandacht en het vergroten van de zichtbaarheid van de waterbouw, het belang van samenwerking in het onderwijs en het realiseren van ambities voor de toekomst.

Halverwege het gesprek verzucht Lodewijk Wijngaard: “Had ik mij nog zo voorgenomen om het niet over corona te hebben en doe ik het toch." Het onderwerp was voor hem dan ook niet te vermijden toen de vraag 'hoe we er voor staan' ter tafel kwam. “Wie het weet mag het zeggen," benadrukt Lodewijk Wijngaard, “de arbeidsmarkt is afhankelijk van vraag en aanbod. Het is momenteel een hele vreemde situatie." Isolde Struijk knikt: “Door corona staan we nu met zijn allen in een soort pauzestand. Tegelijkertijd weet je dat het wel weer gaat veranderen." Wijngaard vult aan: “Maar we kunnen natuurlijk moeilijk overzien hoe we er als sector voorstaan als deze situatie nog veel langer duurt."

De Kerngroep Mens, buigt zich over opleidingen, sociale- en bemanningszaken. Hoog op de agenda van de kerngroep staat de arbeidsmarkt. Logisch, want de komende jaren stromen veel oudere werknemers de sector uit. “Neem onze situatie," zegt Wijngaard, “als ik naar mijn collega's kijk die op kantoor zitten of buiten op de projecten en schepen werkzaam zijn, is ongeveer veertig procent daarvan nu tussen de 40 en 55 jaar. Tel daar eens tien jaar bij op. Dan hebben we echt een Barbapapa- lijf met van boven smal en in het midden heel dik. Maar dat moet straks wel door de flessenhals naar buiten. Het duurt voor een trainee ongeveer tien jaar om door te groeien naar een vak volwassen projectmanager of van derde naar eerste schipper en kapitein." Wijngaard wil er maar mee zeggen dat zelfs in deze coronatijd niets doen geen optie is. “Doe je nu niks ten aanzien van arbeidsmarktcommunicatie dan weet je dat je daarvoor uiteindelijk de rekening gaat betalen." Wijngaard ziet nu ook jonge mensen in coronatijd een traineeprogramma volgen waarbij zij met hele andere verwachtingen aan de slag zijn gegaan. “Zij hadden misschien naar het buitenland gewild en zitten gezien de hele strikte reismogelijkheden soms nog steeds in Nederland. Daarbij doen wij er alles aan op deze nieuwe talenten op de projecten te krijgen echter dat is in deze tijd een hele uitdaging. De vraag is of zij straks door al deze beperkingen geen andere keuzes gaan maken. Je moet dus heel alert zijn en blijven. Het stelt de sector voor nieuwe vraagstukken waar we mee aan de slag moeten en die door de kerngroep opgepakt moeten worden."

Aandacht

Isolde Struijk is het met Wijngaard eens dat het met het oog op de toekomst niet verstandig is om achterover te leunen tot de coronastorm is gaan liggen. “We zullen ons meer op arbeidsmarktcommunicatie moeten richten. Wil nu iemand een richting kiezen waarmee hij in de waterbouw terecht kan, dan moet je daar nu aandacht aan geven. Tegen de tijd dat hij of zij voor onze bedrijven beschikbaar is zijn we immers vier, vijf of zes jaar verder." Wijngaard sluit zich daar bij aan. “Je moet zichtbaar blijven. Zelfs in een tijd dat er weinig banen te vergeven zijn."

Aandacht en zichtbaarheid geldt overigens niet allen voor potentiële instroom. Het vasthouden van de werknemers is daarbij net zo belangrijk. Struijk: “Naast uitdagende projecten is het bieden van goede arbeidsvoorwaarden, een veilige werkomgeving, ontwikkelmogelijkheden en aandacht voor de mens achter de werknemer net zo belangrijk. Ook daar besteden we in de branche veel aandacht aan."

Daarnaast hoort volgens het tweetal het vertellen van een eenduidig verhaal. Wijngaard: “En dat eenduidige verhaal gaat over wat je in de waterbouwsector kan doen en dat daarbinnen verschillende mogelijkheden zijn en hoe we via goed werkgeverschap mensen faciliteren om hun werk te kunnen doen. We vinden het belangrijk dat studenten de civiele kant kiezen met specialisatie waterbouw. Daarbij is het heel belangrijk dat je inzichtelijk maakt wat je kunt worden en doen in onze waterbouwsector. Dát verhaal moet uniform zijn. Dat je daarin diversiteit hebt vind ik alleen maar goed en dat geeft ook meer opties." Daarbij speelt volgens het tweetal ook de opgaven waar de sector bij betrokken is een rol. “Het is duidelijk dat we op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid en waterkwaliteit een toegevoegde waarde hebben. Met andere woorden we maken de Nederlandse delta toekomstbestendig. Dat kan voor jongeren ook uitdagend zijn om daar mee bezig te gaan zijn", aldus Struijk.

Onderwijs

Ze zien in het verlengde daarvan een meerwaarde in het beter laten aansluiten van het onderwijs op de praktijk. “Ieder bedrijf is met zijn eigen opleiding bezig. Logisch, want je krijgt generalisten nadat ze de opleiding voltooid hebben en daarna moet je ze nog verder brengen. Wat je ziet bij die opleidingen is dat leerlingen steeds meer in een keurslijf worden geduwd. We moeten kijken," benadrukt Wijngaard, “hoe wij als waterbouwsector en het onderwijs elkaar kunnen helpen. Wij hebben de stageplaatsen en zij hebben docenten. Wij hebben de specifieke waterbouwkennis en zij didactische vaardigheden. Als je dat nu eens zou kunnen mixen?" Wijngaard noemt de Zeevaartschool, waar leerlingen nog les krijgen op materiaal dat in de praktijk niet meer wordt gebruikt. “Zij kunnen nooit investeren in het tempo waarop de sector dat doet. Wij hebben prachtige simulatoren waar ze gebruik van mogen maken. Dat soort verbanden zouden we sector-breed kunnen oppakken." Volgens Struijk staat het onderwijsveld daar wel voor open. “Bijblijven bij de ontwikkelingen die zo snel gaan, is best een flinke opgave voor het onderwijs. De eerste slag is dat leerlingen de opleiding gaan volgen. Daar moeten we energie in stoppen."

Ambitieus

Daarbij is het in de ogen van Wijngaard belangrijk om ambitieus te zijn. “Het heeft ook altijd te maken met geld maar ook met ambitie. Hoeveel ben je bereid om daar financieel in te investeren. Soms zijn kleine stapjes goed, maar soms moet je ook grote stappen durven zetten. Daarnaast is het vinden van een nieuwe medewerker één; hem of haar vervolgens voor een sector, die best specifiek is, behouden is twee. Er wordt vaak gezegd dat wanneer iemand onze sector leuk vindt hij of zij wel blijft hangen maar dat is niet genoeg. Wij moeten ons als sector ook wel een beetje aanpassen." Dat betekent volgens hem bijvoorbeeld de jongere generatie te betrekken bij het definiëren van een bedrijfscultuur die bij de huidige tijdgeest pas. “Dat biedt namelijk kansen", legt Wijngaard uit, “om gezamenlijk een toekomstbestendige sector te ontwikkelen waar met voldoende gekwalificeerd personeel met plezier gewerkt wordt aan de opgaven van morgen."

Waterbouw Kompas 2021

In deze editie staat de nieuwe strategische koers van de Vereniging van Waterbouwers centraal. Langs de thema's mens, markt, materieel en duurzaamheid kijken we enkele jaren vooruit. De vereniging gaat aan de slag om invulling te geven aan de uitdagingen en opgaven waar de sector en het land voor staan en waar waterbouwers een onderscheidende rol in spelen, zoals ze dat al eeuwenlang doen. Verschillende leden en stakeholders komen aan het woord over de ontwikkelingen in de waterbouw.

Samen met haar leden en andere partijen zet de vereniging zich continu in om doelstellingen te bereiken en de waterbouwsector verder op de kaart te zetten.

Bekijk hier de PDF-versie 'Waterbouw Kompas 2021'

Bekijk hier de bladerbare versie 'Waterbouw Kompas 2021' (Issuu)