De energietransitie verdient een beter management en meer samenwerking

De energietransitie verdient een beter management en meer samenwerking

Om een omschakeling te maken naar meer duurzaamheid is intense samenwerking nodig tussen overheid en bedrijfsleven. Momenteel zijn er ontzettend veel voorbeelden van duurzame initiatieven te bespeuren bij de overheid en het bedrijfsleven. De Vereniging van Waterbouwers ziet haar leden volop investeren in schepen en materieel dat voldoet aan alle verduurzamingscriteria. Hybride motoren, biobrandstoffen, elektrisch varen en ook LNG als brandstof worden al toegepast.

Bij alle gesprekken die wij als vereniging voeren met beleidsmakers van overheden merken we dat deze gesprekken altijd inhoudelijk goed zijn als het gaat om wat het bedrijfsleven kan doen. Maar als het bedrijfsleven vraagt wat de overheid gaat investeren, vernemen wij helaas maar al te vaak dat er 'geen geld is', of dat het 'budgetneutraal' moet. Of dat het niet duidelijk is wat er kan. Waarbij we niet suggereren dat er geen extra budget is. Of dat er geen ideeën zijn.


Wel constateren we dat de gemeenschappelijke ambities niet met elkaar besproken worden en dat er te weinig oog is voor de problemen waar grote en kleine bedrijven bij de energietransitie tegenaan lopen. De maatschappelijke en economische transitie wordt niet goed 'gemanaged'. En daar hebben de twee hoofdrolspelers (publieke en private partijen) schuld aan. Een tweetal voorbeelden.

Eén van onze mkb-leden heeft een volledig elektrische 'zandzuiger' (zonder uitstoot) in een waterplas liggen en heeft netbeheerder Alliander gevraagd door het weiland heen naar de waterplas een elektriciteitskabel aan te leggen. De wachttijd hierop bedraagt meer dan een jaar. Sneller kan Alliander niet voorzien in de vraag. De hypermoderne zandzuiger ligt dan ook stil.

Op een werkschip waarop een hijskraan staat heeft een bedrijf zijn schip voorzien van twee zeer zuinige en uitstootvriendelijke Euro 6-vrachtwagenmotoren die voldoen aan de eisen die pas in 2020 gesteld worden. Omdat deze motoren nu 'op het water' gebruikt worden in plaats van 'op het land' moet de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) deze keuren. Deze keuring laat op zich wachten wegens gebrek aan capaciteit bij ILT. Al een jaar lang.

Nu is het niet eenvoudig om een netwerkbedrijf te vragen om een kabel in een weiland aan te leggen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gaat daar ook niet over. En bij de ILT zijn de afgelopen jaren vanwege bezuinigingen ontzettend veel mensen vertrokken. Een paar mensen erbij lost het probleem niet snel op.

Maar wat we wel kunnen constateren is dat we als publieke en private organisaties begonnen zijn aan een transitie zonder oog te hebben voor de wederzijdse consequenties er van. Ondanks de vele pilots, proeven, Green Deals, CO2-prestatieladders en seminars. Aan oprechte intenties ligt het niet. Zowel bedrijven als overheden willen graag. Iedereen is vanuit betrokkenheid en ondernemerszin bezig, maar in de keten wordt weinig afgestemd. We weten niet waar de komende jaren tegen aanlopen, op welke manier we dit moeten oplossen en hoeveel geld hiervoor beschikbaar moet worden gesteld.

Alle aandacht is het afgelopen jaar uitgegaan naar de Klimaattafels. Ondanks dat zijn ondernemers en ambtenaren 'gewoon' aan de gang gegaan, getuige ook de eerder genoemde voorbeelden. We zullen echter een vorm van samenwerking moeten vinden waar sectoren rechtstreeks met overheden hun ambities delen en hun zorgen kenbaar maken. En waar de consequenties van meer duurzaamheid ook operationeel en financieel vertaald worden over de grenzen van de publieke en private sectoren heen.

Zoek het dus niet in grote strategische ambities die we vastleggen in een 'akkoord'. Maar geef op basis van de praktijk de voortrekkers de ruimte. Dat zij de ambtenaren die lef hebben en bedrijven uitdagen om met disruptieve ideeën te komen. Of dit nu mag van de gemeente of het ministerie waar ze werken of niet. En dat zijn de ondernemers die in een aanbesteding met echte duurzame oplossingen komen, maar misschien niet mee mogen doen omdat de regels dit niet toestaan.

Zorg dat deze voortrekkers geholpen worden door de transitie goed te begeleiden. Dat betekent dat we de voor- en nadelen van de transitie in kaart moeten brengen. Moeten weten wie wat wanneer gaat doen, en wat dit kost. Over de grenzen van ministeries heen. Maar ook over de grenzen van sectoren en brancheorganisaties. Want elkaars problemen kennen is ook elkaars zorgen delen. Dat doen we als publieke en private partijen nu onvoldoende.